‘Van hogerhand weet men ook wel dat er iets aan de hand is’
Door de redactie - 15 december 2025

Foto: Amsterdams Stadsblad, 1990
“Ik ben bezorgd. Van hogerhand weet men ook wel dat er iets aan de hand is. (…) Op dit moment omzeilen bedrijven de hinderwetbepalingen. De bedrijven in het westelijk havengebied gaan hun gangetje. Als ik hoor dat kinderen en volwassenen hier ’s nachts naar lucht liggen te happen van de stank, kun je mij niet wijsmaken dat alles in de haak is. De hinderwetbepalingen moeten strakker aangetrokken worden. Er moeten betere installaties gebruikt worden en overtreders moeten forse boetes krijgen. Voor mijn part sluiten ze zo’n bedrijf, want zoals het nu is, kan en mag het niet langer.”
Deze woorden tekende Bas Kok op uit de mond van Ilja Lodder. Niet voor een bijdrage aan het Zwartboek over de luchtvervuiling, dat we in 2024 samenstelden. Maar voor een artikel in het Amsterdams Stadsblad. In 1990.
Je leest het goed, in 1990, vijfendertig jaar geleden. Het is ontluisterend om je te realiseren dat het citaat net zo goed vorige week genoteerd had kunnen zijn. Vervang hinderwet door omgevingswet en je bent er. Hieronder het hele artikel over Ilja Lodder.
Laat het een aansporing zijn voor bestuurders om korte metten te maken met bedrijven die de boel maar blijven vervuilen. En voor ons als buurtbewoners om gezamenlijk op te trekken en die verandering af te dwingen. Wij willen schone lucht. Niet over vijfendertig jaar, maar in 2026.
Heksensoep-aroma boven Noord
Door Bas Kok – Amsterdams Stadsblad, 1990
NOORD – Roodgloeiend stond de Milieuklachtentelefoon van de provincie Noord-Holland twee weken geleden. Meer dan 60 telefoontjes, met name vanuit Tuindorp-Oostzaan, Landsmeer en Zaandam, met allemaal dezelfde klacht. Een verschrikkelijke stank. De bron van stankoverlast bevond zich in het westelijk havengebied. De verhoogde overslag van aardolieproducten aldaar deed de uitstoot van koolwaterstoffen toenemen. In combinatie met het warme weer leidde dit tot chemische reacties die een chloorgeur tot gevolg hadden. Al was de stankoverlast die ochtend wel erg indringend, echt iets nieuws was het niet voor Noord. Want al jaren worden de inwoners van Noord en Tuindorp-Oostzaan in het bijzonder geplaagd door allerlei onwelriekende luchtjes, grotendeels afkomstig uit het westelijk havengebied. Het is amper nog leefbaar, meent Ilja Lodder, een notoire milieuactiviste uit Tuindorp-Oostzaan.
Een korte-termijnoplossing is niet mogelijk, stelt de provincie Noord-Holland. Echt verbazingwekkend is het niet dat bedrijven in het Westelijk Havengebied al jarenlang de neuzen van Tuindorp-Oostzaners prikkelen. Noord- en Tuindorp-Oostzaan in het bijzonder, liggen wat je noemt onder de rook van dit grootste industriegebied van Amsterdam. En met een vleugje zuidwestenwind (de overheersende windrichting) plaatsen de ongewenste bijproducten, zoals de schoorsteenuitstoot van industrie weleens genoemd wordt, zich in een vloek en een zucht naar ons stadsdeel.
Olielucht
Ilja Lodder was bij de stankoverlast op dinsdagochtend 28 augustus een van de bellers. “’s Morgens vroeg begon ik al te bellen. Eerst de Milieudienst Haarlem, daarna de hinderwet en toen de Stadsdeelraad. Van olielucht heb je hier wekelijks last, maar zo erg als twee weken geleden maak je het maar een paar keer per jaar mee.”
Het leven van Ilja Lodder wordt al tien jaar beheerst door de strijd voor een schoner Amsterdam-Noord. Zij pleegt maandelijks talloze telefoontjes voor het milieu. “Dat kost me elke maand een paar tientjes. Ja, ze kennen me inmiddels wel, bij al die lijnen. Ik word de Dolle Mina van het milieu genoemd.”
Haar actiebereidheid verklaart zijzelf door de gebeurtenissen in haar jeugd. Als kind speelde de nu 46-jarige Ilja Lodder op het terrein van Philips du Var op de Hemweg. Een paar jaar later vertoonde zij een mysterieus ziektebeeld. “Toen ik 14 was viel mijn haar uit, met plukken tegelijk. Mijn tanden rolden uit mijn mond, ik had vaak hoofdpijn en viel regelmatig flauw. Artsen konden geen duidelijke verklaring geven.” Toen jaren later Philips Duphar in het nieuws kwam met het gifschandaal, vermoedde Ilja Lodder dat ook zij er een giftig graantje van had meegepikt. Zeker toen zij tien jaar geleden een voormalig schoonmaker van Duphar tegenkwam, die identieke ziekteverschijnselen vertoonde. Sindsdien beschouwt zij zich als het slachtoffer van een milieuschandaal, al is dat nooit aangetoond. Tot op de dag van vandaag kampt zij met hoofdpijnen en misselijkheid, met name wanneer Tuindorp-Oostzaan wordt toegedekt met een deken van stankoverlast. “Ik ben overgevoelig voor die stank en ben vaak de eerste die het merkt.”
Bij haar activiteiten weet ze zich in de rug gesteund door de in het wijkopbouworgaan Tuindorp Oostzaan geïntegreerde milieugroep ‘Schoon Genoeg?’, met wie zij nauw samenwerkt. Haar acties zijn echter te eigenzinnig om onder de officiële vlag van het wijkopbouworgaan gevoerd te worden. “Ik wil spontaan actie kunnen voeren en meteen op iets kunnen reageren, anders ben je vaak te laat.”
Heksensoep-aroma
Opvallend is hoe Ilja Lodder en haar echtgenoot een fijne neus hebben ontwikkeld om alle luchtjes die uit het westelijk havengebied overwaaien van elkaar te onderscheiden. “Allereerst zijn er de twee verschillende soorten aangebrande melk lucht. De ene komt van de kunstmestfabriek, de ander van het tankcleaningbedrijf. Die laatste ruikt wat scherper. Dan heb je de zuurkool lucht en de rotte eieren lucht. De geur van ruwe aardolie lijkt een beetje op ‘vieze bloemenlucht’. En tenslotte heb je natuurlijk Icova, dat is een stinkende hondengeur.” Al die geuren tezamen vormen volgens het echtpaar Lodder een heksensoep-aroma, een grote aantasting van het leefklimaat in Tuindorp Oostzaan, vindt Ilja Lodder. “Ik ruik het, ik proef het en ik voel het. Het is iets walgelijks. Soms doe ik ‘s nachts geen oog dicht van de stank. Misselijkheid, hoofdpijn, zere ogen. En dan te bedenken dat het aan de buitenkant van het dorp – waar we ook gewoond hebben – nog erger is. Daar komt de stank als eerste aan en blijft het hangen. Het ergst is het als het warm en droog is. Dan zit ik hier binnen met alle ramen dicht. Dat vergalt je woonplezier”.
Op dat moment pakt Ilja Lodder een plastic apparaatje van tafel. “Een luchthapper. Ontzettend veel mensen in Tuindorp hebben zo’n ding in huis. In deze buurt wonen een heleboel CARA-patiënten. En hoe vaak hoor ik niet dat Tuindorpers aan kanker overlijden. Niet alleen ouderen hoor, maar ook mensen van een jaar of veertig. Is dat allemaal toeval?” Het maakt Ilja Lodder angstig en strijdlustig tegelijk. “Ik ben bezorgd. Van hogerhand weet men ook wel dat er iets aan de hand is. Maar ze weten niet hoe ze het moeten aanpakken. Op dit moment omzeilen bedrijven de hinderwetbepalingen. De bedrijven in het westelijk havengebied gaan hun gangetje. Als ik hoor dat kinderen en volwassenen hier ’s nachts naar lucht liggen te happen van de stank, kun je mij niet wijsmaken dat alles in de haak is. De hinderwetbepalingen moeten strakker aangetrokken worden. Er moeten betere installaties gebruikt worden en overtreders moeten forse boetes krijgen. Voor mijn part sluiten ze zo’n bedrijf, want zoals het nu is, kan en mag het niet langer. Ik weet wat het is om slachtoffer te zijn van milieuverontreiniging. Dat kan mijn kinderen en andere kinderen uit de buurt ook gebeuren. Het is onleefbaar. Als alle bedrijven zich aan de regels houden, zou het zoveel menselijker worden. Het is zo onrechtvaardig dat het allemaal maar kan. Staan ze er dan nooit bij stil wat voor consequenties het heeft? Maar ach, als je er iets van zegt, word je als een kind behandeld. Ze houden ons dom.”
Onderzoek
Aan de stankoverlast in Tuindorp Oostzaan en omstreken wordt bij de Stadsdeelraad en de provincie Noord-Holland inmiddels de nodige aandacht geschonken. De milieuspecialist van de Stadsdeelraad meldt dat er op dit moment door de GG en GD onderzoek wordt gedaan naar de stankoverlast. Aan de hand van de uitkomsten van dit onderzoek, die in de loop van de herfst verwacht worden, zal de Stadsdeelraad bepalen wat hij tegen de stankoverlast gaat ondernemen.
Een milieuvoorlichter van de provincie Noord-Holland sluit een korte termijn oplossing voor de overlast uit. Alleen op langere termijn is vermindering van het probleem mogelijk. “Milieuvergunningen gaan in de toekomst strengere voorwaarden bevatten. Bedrijven zullen steeds minder mogen uitstoten. Daarnaast is men bezig met de ontwikkeling van integrale milieuzones. Dat zijn cirkels rond een industriegebied zoals het westelijk havengebied, waar buiten de overlast bepaalde drempels niet mag overschrijden.”
Deze strengere bepalingen en milieuzones ten spijt is een totale oplossing niet waarschijnlijk. “In het westelijk havengebied zit nou eenmaal veel zware industrie. Er moeten bepaalde activiteiten plaatsvinden omdat deze economisch van belang zijn.” Daar komt bij dat een waterdichte controle op de vergunningen van uitstotende bedrijven volgens de voorlichtster nooit honderd procent waterdicht te krijgen is.
De stankoverlast in Amsterdam-Noord krijgt niet de eerste aandacht van de provincie. “Wij zitten hier met een beperkt aantal mensen en Tuindorp-Oostzaan heeft niet de allerhoogste prioriteit.” Woorden die niet echt bemoedigend klinken. Ilja Lodder is sceptisch. “Al die onderzoeken en maatregelen, het is een wassen neus. Je kunt wel iets op papier zetten, maar dan moet het wel uitgevoerd worden. Aan mooie beloftes hebben wij niks.” Tot haar spijt constateert zij een enigszins stoïcijnse houding bij veel Tuindorp-Oostzaners. “Veel mensen letten er al niet meer op. Ze vinden die stankoverlast een normaal verschijnsel. Maar ik doe mijn mond open, want als je alles maar toelaat, walsen ze over je heen. Of ik wel eens aan verhuizen denk? Nee hoor, als ik hier weg ga wordt het hier toch niet schoner. Bovendien ben ik verknocht aan deze buurt. Ik woon hier al 26 jaar en wil niet wijken voor stankoverlast. Ik zal me er altijd tegen blijven verzetten.”
– Met dank aan Bas Kok, die zijn archief in dook.

